Van wie is de stad?

Eindhoven werkt hard aan betaalbaar wonen voor iedereen. Met het woonprogramma wordt een breed instrumentarium in stelling gebracht. “Nooit eerder beschikte Eindhoven over zoveel regie op wat er gebouwd wordt, voor wie er gebouwd wordt en hoe er gebouwd wordt.” klinkt het, maar op het lijstje staan vooral standaard zaken.

Dus ben ik enigszins bezorgd. Onderschat men het succes van de stad die men zelf aan het creëren is niet? En, maakt men daar wel voldoende gebruik van? Kan dit programma op tegen de macht van de markt? De markt zal zeggen: Er is schaarste. Dus ik verhoog de prijzen. De markt zal zeggen: Hè, Eindhoven is nu een wel heel aantrekkelijke vestigingslocatie geworden. Dus ik verhoog de prijzen. Een vriendelijk zwaaiende regisseur zal daarbij  door de voorbijrazende markt nauwelijks opgemerkt worden.

Vandaar dat ik de gemeenteraad namens vereniging EHVXL prikkelde met ideeën om de toekomstwaarde beter ten nutte van de gemeenschap te laten werken, ook op de lange termijn. Juist de koppeling van een woonprogramma aan de verdichtingsopgave zou wel eens het ei van Columbus kunnen zijn. Door te verdichten op centrale plekken kun je wonen in de hele stad betaalbaar maken. Destilleer uit de decennia aan kennis op het gebied van betaalbaar en inclusief wonen in Singapore en Hongkong het Eindhovens model. Gezien de toekomstwaarde in steden is het mogelijk met enkele bestaande ingrediënten een fundamenteel ander asian-style dutch recept te verzinnen.

Kijk het filmpje (5 min)

Inside the Rijksmuseum

Loop met Eugene mee over de plattegrond van het Rijksmuseum Amsterdam de – zijns inziens – verwarrende route naar de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn in de Eregalerij.

De route naar de nachtwacht – How to get to the Nightwatch

Super Catharina

In het kader van de supervisie over de verdichting van de Eindhovense binnenstad stelt het internationaal opererende progressieve Nederlandse buro MVRDV voor de Catharinakerk met 55 meter op te tillen.

Ideeschets MVRDV optillen Catharinakerk

Je weet dat je een meer dan uitstekend idee te pakken hebt als het in een oogwenk mensen wakker schudt. Waarvan veruit de meesten instinctief hun onbegrip uiten.

Technisch is het optillen van de kerk prima te doen. Een nieuwe fundering eronder en wat hydrauliek doet de rest. De stabiliteit van het gebouw op de nieuwe hoogte moet nog wel even worden bekeken, maar is ook dat is conventioneel oplosbaar volgens een privaat gefinancierd rapport.

Je stadskerk de lucht in laat kennelijk niemand onverschillig. Maar de argumenten ertegen blijven steken in nostalgie. Het is dan ook een veel intelligenter idee dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

Om te beginnen is de kerkfunctie door secularisering gemarginaliseerd en moet het rijksmonument dringend een nieuwe betekenis krijgen. Ook zijn grote ingrepen niet nieuw. Toen de middeleeuwse kerk niet meer voldeed is hij compleet vervangen door een veel groter 19e eeuws exemplaar, daarbij is ook de stedenbouwkundige situatie aangepast. Dus waarom zou dat nu een probleem zijn?

Daarnaast heeft het optillen gewoon praktische voordelen zoals een flinke hoeveelheid nuttig vloeroppervlak erbij op een dure centrale plek. En door zelf te transformeren tot een hoog gebouw wordt de relatie met de nieuw geprojecteerde torens gelijkwaardig. Dat zorgt voor een nieuwe laag met samenhang.

Het idee bouwt verder op lange tradities. Namelijk die van het ‘freilegen’, waarbij rommelige bebouwing die in de loop der tijd rond kerken was aangekoekt werd weggehaald om het gebouw weer in zijn volle glorie te kunnen aanschouwen.
Tel daarbij op de productieve rivaliteit met de nabijgelegen Paterskerk. De Augustijnen wisten zich financieel beperkt tot 1 toren maar plaatsen daarop wel het beeld Jezus Waaghals. Waarmee ze de sjieke tweetorige Catharinakerk de loef afstaken en herhalen dat nu met de eveneens gewaagde transformatie van hun complex tot het open bezinningscentrum DomusDela. Laat dat maar eens onbeantwoord.

Jezus Waaghals

Het succesvolle feuilleton van de Eindhovense City marketing kan hiermee een nieuw hoofdstuk schrijven. De iconische werking van deze ingreep, vooralsnog uniek in de wereld is instagramable. Dat ontbrak nog in de stad. Het intrigerende ding dat massa’s mensen trekt, waar influencers op af komen en dat bijdraagt aan een nieuwe identiteit. Als het omhoog krikken tergend langzaam wordt uitgevoerd heeft het fenomeen zelfs de potentie de Sagrada Familia van de lage landen te worden.

De weerstand tegen dit inhoudelijk sterke buitenissige idee illustreert dat zelfs in de Nederlandse hoofdstad van techniek en design innovatie met de inzet van techniek en design niet vanzelfsprekend is.


Lees de follow-up naar aanleiding van deze column over het bijzondere idee om de Catharinakerk in Eindhoven op te tillen op het onafhankelijke journalistiek platform Innovation Origins.

Een gesprek over drijfveren en inspiratie

In deze podcast spreekt Joost Heessels van Nadenkstof met Eugène Franken over het vak van architect, Landgoed en Kasteeldorp Geldrop, de ruimtelijke ontwikkeling in Brabant en het centrum van Eindhoven. Luister hier naar de podcast

Eeuwenoud en toch innovatief: over kalkhennep en kleefrijst

Soms hoef je om innovatief te zijn alleen maar naar het verleden te kijken, betoogt architect Eugène Franken in zijn column van deze week. Neem nou bio-composieten.

Heeft u zich weleens afgevraagd hoe het mogelijk is dat grote delen van de Chinese muur na duizenden jaren nog fier overeind staan? Wetenschappers wisten al een tijdje dat er een organisch materiaal in de mortel was verwerkt maar pas onlangs werd bekend dat het hier 2 à 3 procent kleefrijst betreft. Dat opmerkelijke ingrediënt maakt dat de gemetselde muur flexibel genoeg is om de enorme temperatuurschommelingen van dag en nacht en de opeenvolgende seizoenen op te vangen. Nog ingenieuzer is het zelfhelend vermogen. Enzymen uit de rijst omhullen de kalkdeeltjes in de mortel. Die verweren pas als ze aan de oppervlakte komen mocht de muur onverhoopt beschadigd raken. De vrijkomende kalk hardt dan uit en herstelt de muur.

Chinese muur met met sticky rice

Zo oud als de wereld


Het bewijst maar weer eens dat bio-composieten zo oud zijn als de wereld en vooral dat ze onvoorstelbaar goed werken. Niet voor niets staan deze materialen de laatste tijd dan ook volop in de belangstelling. Onder meer omdat ze een circulaire manier van bouwen mogelijk maken. Maar zeker ook vanwege hun unieke eigenschappen.

Kalkhennep is ook zo een prachtig voorbeeld. Dit relatief nieuwe materiaal waar de bekende Nederlandse weerman Gerrit Hiemstra als pionier trots zijn huis mee laat bouwen, werd dertig jaar geleden in Frankrijk ontwikkeld voor de restauratie van nota bene vakwerkhuizen. Het is een mengsel van hennepvezels, die van nature silicium bevatten, met hydraulische kalk. De kalk in het mengsel bindt de hennepvezels en conserveert ze.

Sculpturale gevel in kalkhennep

Voor de teelt van hennep zijn ook nog eens geen pesticiden of kunstmest nodig. En dat bij een snelgroeiende plant waarvan alle onderdelen zijn te gebruiken en die zelfs in droge streken gedijt.

Het gerede product legt de basis voor een zeer milieubewuste bio-ecologische bouwmethode. Want kalkhennep is van nature stikstofneutraal en heeft een goede CO2-balans. De opname tijdens de groei van hennep is namelijk groter dan de uitstoot tijdens de teelt en het bouwproces, daarnaast zorgt de kalk voor voortdurende CO2-opname. Na gebruik zijn gebouwonderdelen eenvoudig te verhakselen en uit te strooien over het land. Dan is het weer een prima grondverbeteraar.

Vochtregulerend

Bij toepassing in gebouwen draagt kalkhennep door de efficiënte vochtregulerende werking bij aan een comfortabel en gezond binnenklimaat. Het is ook zeer geschikt om damp-open mee te bouwen. Het is makkelijk te verwerken, het rot niet, het brandt niet, het isoleert als de beste en is door de latente warmtecapaciteit energiebesparend. Het heeft goede geluidsisolerende eigenschappen en last but not least heeft het de potentie om gebouwen mee te gaan 3D-printen.

En oh ja bijna vergeten, je kunt er prachtige sculpturale ontwerpen mee realiseren. De verbouw van industriële hennep was voor de komst van olie- en fossiel gebaseerde grondstoffen wereldwijd heel gewoon en gezien de schier oneindige mogelijkheden met aleen al kalkhennep zal de grootschalige teelt van bouwgewassen voor bio-based materialen dat ongetwijfeld opnieuw weer worden.

EHVXL organiseert draagvlak voor stedelijke vernieuwing

Wanneer een stad zo onstuimig groeit als Eindhoven, moet je een breed draagvlak organiseren onder de bevolking. Daarom richtte Eugene Franken met een aantal gelijkgestemden EHVXL op.

Onlangs heb ik samen met enkele leden van SkyscraperCity de vereniging EHVXL opgericht. EHVXL is een lokaal multimediaplatform dat door middel van publiek debat de grootstedelijke ontwikkelingen in de regio Eindhoven belicht. Het draagt op constructieve wijze in de planvorming bij. Toekomstgericht, met aandacht voor belangrijke actuele maatschappelijke vraagstukken als circulariteit, demografische veranderingen, mobiliteit, klimaatverandering en energietransitie.

Het oprichten van de vereniging EHVXL

Prikkelend commentaar

Dat ging zo: enkele hoogopgeleide jonge mannen van SkyscraperCity , een internetforum gericht op grootstedelijke ontwikkelingen overal ter wereld met 850.000 actieve leden, volgden de ruimtelijke ontwikkeling in Eindhoven al jaren op de voet. Daarbij voortdurend op jacht naar actuele beelden om te posten en te voorzien van prikkelend commentaar. Een debat op hoog niveau voerend. Veruit de meesten hadden geen professionele ruimtelijke achtergrond. En, curieus genoeg, hadden ze elkaar ook nog nooit fysiek ontmoet.

Breed publiek

Uiteraard pikten zij mijn recent verschenen boekje ‘Showing of(f) Eindhoven’ met actuele bouwinitiatieven in Eindhoven’ op. Deze snapshot van een bruisende stad in transitie, die het gewone bijzondere en het bijzondere bijzondere Eindhoven laat zien, is bedoeld om een breed publiek periodiek te informeren over de transformatie van Eindhoven naar de centrumstad van de Brainportregio met 700.000 mensen. In deze opzet zagen zij overeenkomsten met hun eigen ambitie te migreren naar een professioneel open platform. Zo kwamen we met elkaar in contact.

We constateerden dat het draagvlak voor de grootstedelijke ambities van Eindhoven ondervertegenwoordigd is in de publieke discussie. Uit de stad klonk ook steeds luider de behoefte aan meer balans en positiviteit. Daarnaast is er behoefte aan een meer betekenisvolle, transparante inspraak, die niet is dichtgeregeld en ook toekomstige inwoners betrekt. Tot 2040 worden er in Eindhoven 40.000 woningen bijgebouwd. Een aanzienlijk deel daarvan verrijst in het centrum, in de vorm van torens.

Verhaal van allemaal

Als de stedenbouwkundige uitleg van een stad zo ingrijpend verandert dan heeft dat op de zeer lange termijn invloed. Dus moet je een langetermijnvisie ontwikkelen samen met zoveel mogelijk huidige inwoners en toekomstige stakeholders. Dat is in deze tijd van social media en massacommunicatie goed mogelijk. Zeker in een open innovatieve stad, die bezig is te veranderen en waar iedereen bij wil horen. Een vitale aantrekkelijk stad maken is een verhaal van allemaal.

In luttele maanden groeide EHVXL onstuimig. Het platform heeft nu al tientallen contribuanten die hun expertise inzetten. Er ontstaat een invloedrijke beweging met meer dan honderd leden en duizenden volgers. Ik wens iedere stad zijn eigen XL. Blijf niet hangen in een disfunctioneel verleden maar vier de vernieuwing.

Dakparken, een onverwacht gelukkig huwelijk tussen groen en gebouw

Ze ontstressen en verkoelen. Dakparken brengen bijeen wat lang onverenigbaar leek in steden, schrijft architect Eugène Franken in zijn eerste column voor Innovation Origins.

Eugene Franken
Dakpark Rotterdam

Boven op grootschalige stadsontwikkelingen verschijnt steeds vaker een spectaculair groen landschap. Het dakpark is een veelzijdige ruimtelijke vernieuwing die inspeelt op het veranderend klimaat en uitstekend te gebruiken is om de gewenste verdichting van de stad maatschappelijk aanvaardbaar te maken.

Het is een manier om een stad vorm te geven anders dan door ontwikkelingen alleen te te denken in de vorm van gebouwen. De toenemende populariteit ervan bij ontwikkelaars en gebruikers is te verklaren doordat meervoudig grondgebruik een intensiever programma mogelijk maakt. Dat wint niet alleen veel aan charme door de mantel van groen waarmee het is bedekt. Paradoxaal genoeg geeft het ook veel meer dan het neemt.

Dakpark ontspant en ontstrest

Zo heeft verblijven in een groene omgeving een bewezen sterke invloed op de gemoedstoestand. Het ontspant en ontstrest. Onze tijden van corona onderstrepen slechts de toenemende behoefte aan dit soort hoogwaardige publieke plekken, geschikt voor het stedelijk buitenleven. Het toevoegen van substantieel groen aan steden werkt daarnaast verkoelend. Door schaduw en verdamping de gevoelstemperatuur in hete zomers wordt verlaagd. En het is ook nog eens goed voor de biodiversiteit.

Gratis ruimte

Industriële megadaken, eertijds ongebruikt niemandsland, bieden in feite ‘gratis’ ruimte met volop plek voor allerlei functies zoals sport, spel, en vertier. Je kunt er vergaderen en verpozen in een aangenaam verblijfslandschap. Ze zijn fraai om op uit te kijken met als bonus een panoramisch uitzicht. Dat alles zoals het hoort tussen spectaculaire of onverwachte elementen. Kijk maar eens naar het Dakpark Rotterdam met zijn grazende schapen, educatieve moestuinen en als pièce de resistance een watervaltrap.

Het dakpark is een superstructuur die bestaande en nieuwe elementen moeiteloos absorbeert. Onder de pet van het groene tapijt kan er veel. Dakparken hebben samen ook de schaal om echt verschil te maken. Analoog aan de strategie die paus Sixtus V met het plaatsen van obelisken in Rome voor ogen had vormen ze steppingstones die beogen verbanden te leggen en samenhang aan te brengen in de stad door toekomstige veranderingen alvast heel zichtbaar te markeren.

Nieuwe typologie

Dakparken vormen een onverwacht gelukkig huwelijk tussen groen en gebouw, dat bij elkaar brengt wat lang onverenigbaar leek in stedelijke bebouwing. Een nieuwe typologie is geboren. Sterker nog, misschien moeten we de ingesleten gedachte dat een stad vooral gedefinieerd wordt door gebouwen maar eens gaan afleren en voortaan het groen zien als de dominante organiserende laag.

Drijvende zonnepanelen

In het kader van omgevingsvisie en gebiedsontwikkelingsprojecten doen wij onderzoek naar drijvende zonnepanelen.

Drijvende zonnepanelen leveren een hoger rendement dan zonneparken op land door het koelende effect van het water. Ze wekken de stroom op daar waar de vraag is en hebben geen last van de schaarste aan beschikbare (landbouw)gronden. En zijn vaak goed landschappelijk inpasbaar.

Door de koeling van het water en de reflectie van het zonlicht leveren drijvende zonne-energiesystemen circa 14 procent meer energie op. Bovendien houdt het verdamping van de waterbron tegen.


Voorbeelden van drijvende zonne-energiesystemen in Nederland :

Drijvend zonnepark op de zandwinplas in Tynaarlo (Drenthe)
Groenleven in samenwerking met Roelofs Zandwinning

De basis van het drijvende zonnepark wordt gevormd door pontons die met elkaar in verbinding staan en op die manier een groot drijvend zonnepark vormen. Er ontstaat op die manier een golfbestendig vaartuig dat verplaatst kan worden.

Drijvende zonnepanelen op de Slufter, de bedrijven Texel4Trading, Wattco, Sunprojects en Sunfloat hebben drijvende zonnepanelen geïnstalleerd in de Slufter, het depot voor verontreinigde baggerspecie op de Maasvlakte.

Deze proef op de Slufter met drijvende zonne-systemen van het Nationaal Consortium Zon op Water, waarin meer dan 30 partijen vertegenwoordigd zijn, moet aantonen dat drijvende zonnepanelen technisch en economisch haalbaar zijn op wateren met ruige condities.
Bij een succesvolle test kunnen mogelijk 500.000 panelen geplaatst worden met een totaal vermogen van meer dan 100 MWp.

De Slufter is een van de meest zonrijke plekken in Nederland. Het is een ideale plaats voor de opwekking van zonne-energie

Coöperatie Lingewaard Energie realiseert een drijvend zonnepark op het gietwaterbassin in het tuinbouwgebied Next Garden. Het bestaat uit 6.000 zonnepanelen. In het tuinbouwgebied Bergerden biedt het 3,5 hectare groot gietwaterbassin, dat de centrale voorziening van gietwater voor alle tuinders in het gebied verzorgt genoeg ruimte voor drijvende zonnepanelen.

Drijvend zonnepark Lingewaard

Eugène Franken voorspelt voor Innovation Origins hoe de architectuur er over twintig jaar uitziet

“De bouw is een hele archaïsche industrie”, zegt onze nieuwe columnist architect Eugène Franken. In zijn columns zal hij vanaf deze maand schrijven over de architectuur van de toekomst.

Door Emma van Nuland

Eugene Franken met boek Showing of Eindhoven in Fontys gebouw Tu/e

Eugène Franken is al 27 jaar werkzaam bij zijn eigen Architectenburo Franken. Buiten zijn carrière in de architectuur is hij ook werkzaam als secretaris bij Stichting Landgoed Kasteel Geldrop. Met twee boeken op zijn naam heeft hij al de nodige ervaring op het gebied van schrijven. Dit weekend komt zijn eerste column online bij Innovation Origins.

Wanneer begon jouw passie voor architectuur?

“Mijn vader werkte bij een architectenbureau waar hij veel ontwierp voor Philips. Hij werkte allround en hielp ook bij het uitzetten van de bouw. Als klein jongetje mocht ik al met hem mee. Mijn vader was in deze tijd ook al bezig met innovatie. Een groot verschil tussen ons is wel dat mijn vader veel technischer was. Ikzelf ben veel cultureler ingesteld.”

Je hebt al twee boeken geschreven. Het eerste over de geschiedenis van Landgoed Kasteel Geldrop. Je tweede boek Showing Of(f) Eindhoven gaat over architectuur in Eindhoven. Wat vind je het slechtste bouwproject in Eindhoven?

“Een minder project vind ik Parc Fontaine. Dat is een luxe appartementencomplex aan het stadswandelpark. Het slechte aan dit project is de naam. Fontaine was hoofd van groen in Eindhoven. Hij heeft flats in het wandelpark laten bouwen, deze hebben geen eigen tuin maar eigenlijk is het park hun tuin. Hij wilde het park heel graag groen houden. Parc Fontaine gaat hier helemaal niet over. De appartementen hebben onder andere een grote tuin met een hoog hek eromheen. Hiermee raak je het idee van Fontaine compleet kwijt.”

Er is vast ook mooie architectuur in Eindhoven. Wat vind je het beste bouwproject in Eindhoven?

“Veruit het beste project in Eindhoven vind ik de DomusDela. Dit was vroeger de paterskerk. Dit gebouw is van uitvaartbedrijf Dela, het is nu onder andere een ceremoniehuis. Dat is de plek waar Eindhoven is ontstaan. Het is dus een hele belangrijke plek. Het is echt schitterende architectuur met heel veel betekenis. Je moet hier zeker gaan kijken.”

Wat zijn volgens jou momenteel de interessantste innovaties op het gebied van architectuur?

“Het zijn er zo veel maar ik denk vergroening. Een voorbeeld daarvan is dakparken. Je gebruikt dan een plat dak, ruimte die je anders niet zou gebruiken, voor veel groen. Een mooi dakpark is dat in Rotterdam, dat is een van de grootste dakparken van Europa.”

Wat denk jij dat er voor innovaties aankomen binnen architectuur en bouw?

“Ik denk dat globalisering een groot thema zal zijn en robotisering natuurlijk. Bouw is een ontzettend archaïsche industrie. Hoe gebouwen nu in elkaar worden gezet, zo gebeurde dat vijf jaar geleden ook al. Dat gaat niet zo blijven. Er is bijvoorbeeld nog geen fabriek die gebouwen kan fabriceren op grote schaal. 3D-printen zal waarschijnlijk ook verder ontwikkeld worden.”

Een ontwikkeling met betrekking tot 3D-printen en architectuur is gebouwen printen met betonprinters. Denk je dat dit verder ontwikkeld gaat worden?

“Betonprinters werken helemaal niet. Je ziet alle laagjes zitten en er is een flexibiliteit van nul. 3D-printen gaat zich verder ontwikkelen maar niet met beton. Misschien wordt een gevel over twintig jaar wel gewoon geprojecteerd op een huis, dan kan je elke ochtend een nieuwe gevel kiezen. Hout wordt wel herontdekt. Hout is een fantastisch bouwmateriaal. Het houdt bijvoorbeeld CO2 vast. Er wordt momenteel al meer met hout gebouwd maar dit zal steeds meer gaan voorkomen.”

Gaan de ontwikkelingen in de architectuur vooral plaatsvinden rondom materialen?

“Nee, ik denk ook binnen circulair bouwen. Kalk is een voorbeeld. Kalk werkt een beetje hetzelfde als beton, maar als je het afbreekt is het te gebruiken als grondverbeteraar. Er komt natuurlijk ook veel ontwikkeling rondom het bouwproces.”

“Ik ben vaak iemand die voorop loopt. Ik kan nu iets voorspellen wat over twintig jaar waarheid is. Er is nog veel te winnen op het gebied van duurzaamheid en architectuur. Heel veel dingen die duurzaam lijken zijn dat bijvoorbeeld nog niet echt. Binnenkort verschijnt er van mij een column over kleefrijst en kalk als bouwmaterialen, hier zal ik nog niet teveel over verklappen.”

Water in de stad

Naar aanleiding van mijn ingezonden opinie over het belang van de beekdalenstructuur in Eindhoven in het ED en de daaropvolgende discussie in de gemeenteraad van Eindhoven wordt nu onderzocht of de visie op dit punt moet worden aangepast. Lees hieronder het opiniestuk.

Opiniestuk

Volgende week debatteert de gemeenteraad over het plan met de binnenstad. Dat is geen moment te vroeg. De ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven loopt inmiddels flink achter op een stevig gegroeid imago. Een ambitieuze intellectuele verdichtingsvisie voor de binnenstad is dus niet minder dan een godsgeschenk. Wat goed dat deze stad haar nek durft uit te steken.

Nog wel even iets inbouwen om te kunnen evalueren en fine-tunen. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat een dergelijk grote hoeveelheid goed bedoelde tamelijk complexe regels allemaal als vanzelfsprekend het beoogde effect gaan sorteren.

En, wellicht belangrijker, de aandacht voor nieuw en historisch water in de stad ontbreekt, terwijl het juist de beekdalenstructuur is die Eindhoven zo bijzonder maakt.

Dit beeld uit masterplan Van Gogh Nationaal Park illustreert de beekdalenstructuur van het Brabants landschap

Eindhoven is onderdeel van het unieke Brabantse bekenlandschap met letterlijk om de paar 100 meter een beekdal. Dat landschap definieert heel Brabant en Eindhoven in het bijzonder, met de Kleine Dommel, de Dommel, de Tongelreep, de Rundgraaf, de Run en de Gender. Bovendien is Eindhoven ontstaan aan de samenvloeiing van de Gender en de Dommel, daar waar in de prehistorie een doorwaadbare plaats was.

Kaart van Jacob van Deventer omstreeks 1560 met linksboven de Gender

Later in de middeleeuwen is de Gender vergraven om water in de stad te krijgen. Hoe modern was dat! Op de prachtige kaart van Jacob Van Deventer zie je dan ook heel duidelijk een omgrachtte stad met de Gender stromend over de Markt.

Kaart uit bouwhistorisch rapport Steenhuis Meurs met linksboven de Gender

Bij de herinrichting van de Vestdijk is men helaas vergeten de gracht terug te brengen. In het Victoriapark komt de Gender wel glorieus boven water, maar bij de verdere reconstructie kiest men onbegrijpelijkerwijs niet voor de historische locatie en ook niet voor een natuurlijke inpassing. Als we niet opletten stroomt de Gender straks in goten en buizen anoniem heuvelop over de Stationsweg zonder dat een discussie is gevoerd over de voordelen van het terugbrengen van dat levende water op zijn historische plek in het centrum. Het dossier Heuvelgalerie bijvoorbeeld krijgt met de Gender een hele andere dimensie die waarschijnlijk een betere stad oplevert, met klimaattechnische voordelen en het gevoel van een stad met historie versterkend.

Eindhoven: Emmasingelkwadrant | Page 34 | SkyscraperCity
Reconstructie van de meanderende Gender in het Victoriapark
Afbeelding
Voorstel inpassing Gender op de Stationsweg