In de oude keuken van Kasteel Geldrop

Eugene Franken secretaris Stichting landgoed kasteel Geldrop

Geldrop worstelt al een tijdje met haar centrum. Terwijl het tegelijkertijd een Troefkaart in handen heeft : namelijke Een historische buitenplaats midden in het dorpshart, een Groene Long in een verstedelijkte omgeving. Een modern functionerend landgoed.
Het is zaak die Karakteristiek te benutten. Die troefkaart uit te spelen. Het dorpcentrum is belangrijk, het doet er toe hoe dat er uit ziet. Zeker gezien de landelijke trend naar regionalisatie en specialisatie van dorpscentra, is er gewoonweg geen ruimte meer voor middelmatigheid.

Landgoed Kasteel Geldrop is uniek. Met zijn Kasteel, tuinen, Hospitality en evenementen. Maar de verbinding tussen dorp en landgoed is niet optimaal en in het dorp spelen ook allerlei problematieken met verkeer, parkeren, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. Er is veel aan synergie te winnen 1 plus 1 is 3.

Bovendien Wie niet innoveert verdwijnt.

Het centrale idee voor de toekomst is het kasteelpark integraal met het dorp te verbinden. Niet alleen ter plekke van het centrum maar rondom de contour met het hele dorp, gebieds-breed. Waarbij de Uitkomst geen vast eindbeeld is maar een levende dynamische structuur. Met Uitvoering in fases, Denken op lange termijn. Vooral geen dingen onmogelijk maken en initiatieven van ondernemers en burgers centraal stellen (en die van goedwillende gemotiveerde landgoedbestuurders)

De stad in een kwartier

Wat als je de auto alleen uitzonderlijke gevallen nodig zou hebben, bijvoorbeeld om op vakantie te gaan en alle dagelijkse levensverrichtingen zich in de nabijheid van je woning zouden afspelen.

Er zijn zo van die momenten wanneer ik ‘s-avonds door de stad naar huis rijdt over drukke wegen vol uitlaatgassen waarop ik hardop denk: ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we anno 2020 de omgeving waarin we wonen, spelen, lopen, ademen maar blijven vervuilen omdat we massaal lange woon-werkafstanden in de auto voor lief blijven nemen.’

Een aantal vooruitstrevende grote steden is dan ook volop bezig zich te transformeren in de 15-minuten stad, waar alle primaire behoeftes zoals school, werk en winkels zich binnen een radius van 15 minuten te voet of op de fiets bevinden en het openbare gebied een grotendeels publieke groene invulling krijgt. Waarbij de meeste gebouwen multifunctioneel te gebruiken zijn en ook in het weekeinde volop worden benut.

Dat hyper-lokale model met minder stress in een groene omgeving met schone lucht en met een divers aanbod binnen handbereik verhoogt uiteraard de kwaliteit van leven aanzienlijk. Ook ontstaat het ‘cluster effect’ waar door kruisbestuiving tussen specialisten en hun concurrenten die werken in dezelfde buurt en de sociale netwerken van actieve bewoners versnelt innovatie ontstaat. Een belangrijke sleutel tot het succes van steden.

Het is een klein beetje terug naar de toekomst. In de jaren dertig was de fiets ook al het belangrijkste vervoermiddel van de stad. Vanuit nieuwe wijken moest je de belangrijkste werklocaties in een half uur fietsen kunnen bereiken dus werd bijvoorbeeld de uitbreiding van Amsterdam op maat van de fiets ontworpen door Cornelis van Eesteren. Zijn visie reikte maar liefst tot het jaar 2000 en bleek een verrassend robuust alternatief voor de onvoorzien met auto’s dichtslibbende stad.

Algemeen Uitbreidings- Plan Amsterdam 1935 Cornelis van Eesteren

Inmiddels wordt bij het ontwerp van de 15 minutenstad ingezet op multi-modaal transport in plaats van een uitsluitend op auto‘s of fietsen gebaseerd ontwerp. Deze nieuwe mobiliteitsaanpak met meer ruimte voor voetganger en fiets gaat zeker verschil maken in drukke binnensteden, maar het is ook weer geen panacee voor alle stedelijke ontwikkelingen. Grotere agglomeraties zijn nu eenmaal geen conglomeraat van autonome of homogene buurten en betaalbaar wonen blijft ook in de 15 minuten stad een achilleshiel. Want een betere, kwaliteitsvolle woonomgeving vergt behoorlijke investeringen en die zullen moeten worden terugverdiend met stijgende huren en vastgoedprijzen als gevolg.

Van wie is de stad?

Eindhoven werkt hard aan betaalbaar wonen voor iedereen. Met het woonprogramma wordt een breed instrumentarium in stelling gebracht. “Nooit eerder beschikte Eindhoven over zoveel regie op wat er gebouwd wordt, voor wie er gebouwd wordt en hoe er gebouwd wordt.” klinkt het, maar op het lijstje staan vooral standaard zaken.

Dus ben ik enigszins bezorgd. Onderschat men het succes van de stad die men zelf aan het creëren is niet? En, maakt men daar wel voldoende gebruik van? Kan dit programma op tegen de macht van de markt? De markt zal zeggen: Er is schaarste. Dus ik verhoog de prijzen. De markt zal zeggen: Hè, Eindhoven is nu een wel heel aantrekkelijke vestigingslocatie geworden. Dus ik verhoog de prijzen. Een vriendelijk zwaaiende regisseur zal daarbij  door de voorbijrazende markt nauwelijks opgemerkt worden.

Vandaar dat ik de gemeenteraad namens vereniging EHVXL prikkelde met ideeën om de toekomstwaarde beter ten nutte van de gemeenschap te laten werken, ook op de lange termijn. Juist de koppeling van een woonprogramma aan de verdichtingsopgave zou wel eens het ei van Columbus kunnen zijn. Door te verdichten op centrale plekken kun je wonen in de hele stad betaalbaar maken. Destilleer uit de decennia aan kennis op het gebied van betaalbaar en inclusief wonen in Singapore en Hongkong het Eindhovens model. Gezien de toekomstwaarde in steden is het mogelijk met enkele bestaande ingrediënten een fundamenteel ander asian-style dutch recept te verzinnen.

Kijk het filmpje (5 min)

Dakparken, een onverwacht gelukkig huwelijk tussen groen en gebouw

Ze ontstressen en verkoelen. Dakparken brengen bijeen wat lang onverenigbaar leek in steden, schrijft architect Eugène Franken in zijn eerste column voor Innovation Origins.

Eugene Franken
Dakpark Rotterdam

Boven op grootschalige stadsontwikkelingen verschijnt steeds vaker een spectaculair groen landschap. Het dakpark is een veelzijdige ruimtelijke vernieuwing die inspeelt op het veranderend klimaat en uitstekend te gebruiken is om de gewenste verdichting van de stad maatschappelijk aanvaardbaar te maken.

Het is een manier om een stad vorm te geven anders dan door ontwikkelingen alleen te te denken in de vorm van gebouwen. De toenemende populariteit ervan bij ontwikkelaars en gebruikers is te verklaren doordat meervoudig grondgebruik een intensiever programma mogelijk maakt. Dat wint niet alleen veel aan charme door de mantel van groen waarmee het is bedekt. Paradoxaal genoeg geeft het ook veel meer dan het neemt.

Dakpark ontspant en ontstrest

Zo heeft verblijven in een groene omgeving een bewezen sterke invloed op de gemoedstoestand. Het ontspant en ontstrest. Onze tijden van corona onderstrepen slechts de toenemende behoefte aan dit soort hoogwaardige publieke plekken, geschikt voor het stedelijk buitenleven. Het toevoegen van substantieel groen aan steden werkt daarnaast verkoelend. Door schaduw en verdamping de gevoelstemperatuur in hete zomers wordt verlaagd. En het is ook nog eens goed voor de biodiversiteit.

Gratis ruimte

Industriële megadaken, eertijds ongebruikt niemandsland, bieden in feite ‘gratis’ ruimte met volop plek voor allerlei functies zoals sport, spel, en vertier. Je kunt er vergaderen en verpozen in een aangenaam verblijfslandschap. Ze zijn fraai om op uit te kijken met als bonus een panoramisch uitzicht. Dat alles zoals het hoort tussen spectaculaire of onverwachte elementen. Kijk maar eens naar het Dakpark Rotterdam met zijn grazende schapen, educatieve moestuinen en als pièce de resistance een watervaltrap.

Het dakpark is een superstructuur die bestaande en nieuwe elementen moeiteloos absorbeert. Onder de pet van het groene tapijt kan er veel. Dakparken hebben samen ook de schaal om echt verschil te maken. Analoog aan de strategie die paus Sixtus V met het plaatsen van obelisken in Rome voor ogen had vormen ze steppingstones die beogen verbanden te leggen en samenhang aan te brengen in de stad door toekomstige veranderingen alvast heel zichtbaar te markeren.

Nieuwe typologie

Dakparken vormen een onverwacht gelukkig huwelijk tussen groen en gebouw, dat bij elkaar brengt wat lang onverenigbaar leek in stedelijke bebouwing. Een nieuwe typologie is geboren. Sterker nog, misschien moeten we de ingesleten gedachte dat een stad vooral gedefinieerd wordt door gebouwen maar eens gaan afleren en voortaan het groen zien als de dominante organiserende laag.

Water in de stad

Naar aanleiding van mijn ingezonden opinie over het belang van de beekdalenstructuur in Eindhoven in het ED en de daaropvolgende discussie in de gemeenteraad van Eindhoven wordt nu onderzocht of de visie op dit punt moet worden aangepast. Lees hieronder het opiniestuk.

Opiniestuk

Volgende week debatteert de gemeenteraad over het plan met de binnenstad. Dat is geen moment te vroeg. De ruimtelijke ontwikkeling van Eindhoven loopt inmiddels flink achter op een stevig gegroeid imago. Een ambitieuze intellectuele verdichtingsvisie voor de binnenstad is dus niet minder dan een godsgeschenk. Wat goed dat deze stad haar nek durft uit te steken.

Nog wel even iets inbouwen om te kunnen evalueren en fine-tunen. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat een dergelijk grote hoeveelheid goed bedoelde tamelijk complexe regels allemaal als vanzelfsprekend het beoogde effect gaan sorteren.

En, wellicht belangrijker, de aandacht voor nieuw en historisch water in de stad ontbreekt, terwijl het juist de beekdalenstructuur is die Eindhoven zo bijzonder maakt.

Dit beeld uit masterplan Van Gogh Nationaal Park illustreert de beekdalenstructuur van het Brabants landschap

Eindhoven is onderdeel van het unieke Brabantse bekenlandschap met letterlijk om de paar 100 meter een beekdal. Dat landschap definieert heel Brabant en Eindhoven in het bijzonder, met de Kleine Dommel, de Dommel, de Tongelreep, de Rundgraaf, de Run en de Gender. Bovendien is Eindhoven ontstaan aan de samenvloeiing van de Gender en de Dommel, daar waar in de prehistorie een doorwaadbare plaats was.

Kaart van Jacob van Deventer omstreeks 1560 met linksboven de Gender

Later in de middeleeuwen is de Gender vergraven om water in de stad te krijgen. Hoe modern was dat! Op de prachtige kaart van Jacob Van Deventer zie je dan ook heel duidelijk een omgrachtte stad met de Gender stromend over de Markt.

Kaart uit bouwhistorisch rapport Steenhuis Meurs met linksboven de Gender

Bij de herinrichting van de Vestdijk is men helaas vergeten de gracht terug te brengen. In het Victoriapark komt de Gender wel glorieus boven water, maar bij de verdere reconstructie kiest men onbegrijpelijkerwijs niet voor de historische locatie en ook niet voor een natuurlijke inpassing. Als we niet opletten stroomt de Gender straks in goten en buizen anoniem heuvelop over de Stationsweg zonder dat een discussie is gevoerd over de voordelen van het terugbrengen van dat levende water op zijn historische plek in het centrum. Het dossier Heuvelgalerie bijvoorbeeld krijgt met de Gender een hele andere dimensie die waarschijnlijk een betere stad oplevert, met klimaattechnische voordelen en het gevoel van een stad met historie versterkend.

Eindhoven: Emmasingelkwadrant | Page 34 | SkyscraperCity
Reconstructie van de meanderende Gender in het Victoriapark
Afbeelding
Voorstel inpassing Gender op de Stationsweg

Persbericht verschijning ‘Showing of(f) Eindhoven’

Showing of(f) Eindhoven is hèt boek met actuele bouwinitiatieven in Eindhoven. Het beschrijft maar liefst 200 projecten die de laatste jaren in Eindhoven zijn gerealiseerd én in de komende 10 jaar zullen worden gerealiseerd.

Doel

Het doel is de interessante ontwikkeling die Eindhoven momenteel doormaakt voor een breed publiek inzichtelijk te maken en te beschrijven hoe de stad de komende tijd gaat veranderen.

Techniek, Design en Kennis zijn de speerpunten van Eindhoven. De stad is hip en waagt ook nog eens de sprong van ietwat provinciaal naar welhaast mondiaal. Eindhoven streeft naar 350.000 inwoners – een plus van meer dan 100.000 – waarbij talloze spraakmakende bouwprojecten op het punt staan te beginnen.

Dit boek is een snapshot van een bruisende stad in transitie en belicht de relevante projecten.

Inhoud

Het boek is onderverdeeld in geografisch bepaalde hoofdstukken zoals Centrum, Spoorzone, Kanaalzone en Strijp. Kortom de delen van de stad die in ontwikkeling zijn. Elk hoofdstuk begint met een korte duiding van het onderliggende ‘masterplan’ voor het betreffende deelgebied.

Daarnaast wordt in een notendop de geschiedenis van Eindhoven beschreven; van de stichting van de stad in 1232 tot het heden.

Het totaal van de gekozen projecten geeft een goed beeld van de ontwikkeling van Eindhoven met zowel recente en nog niet gerealiseerde projecten die een showing off-gehalte hebben. Daarbij gaat het niet alleen om stedenbouw en architectuur maar ook om de maatschappelijke context. Alle projecten worden kort omschreven en op elke projectpagina staat een QR-code die verwijst naar de GoogleMaps-locatie.

Verspreiding

Het is een print on demand-systeem (POD) waarbij het boek via BOL.com wordt aangeboden en verzonden. Met POD kan elke nieuwe print aan de actualiteit worden aangepast. Daardoor blijft het de komende jaren een actuele uitgave waar het publiek actief op kan reageren en bijdragen.