Het Fallschirmjägergewehr

Onlangs verkreeg het Nationaal Militair Museum te Soesterberg uit een in beslag genomen illegale collectie een zeer zeldzaam FG42 Fallschirmjägergewehr.

Van jongs af aan ben ben ik al gefascineerd door duitse hoogwaardige innovatieve wapens die tijdens de tweede wereldoorlog werden ontwikkeld. Even los van de omstandigheden bij de totstandkoming ervan, laat de ontwikkeling van die wapens een ongekende explosie aan creativiteit en vakmanschap zien. Het schiere aantal innovatieve systemen en de -met name- naoorlogse impact ervan is nauwelijks te overschatten. En dan gaat het zeker niet alleen om de overbekende rakettechnologie van Werner von Braun die ons op de maan bracht. Overigens is alleen al het aantal types extreme raketvliegtuigjes niet te bevatten. Een aanrader voor de liefhebber is een fascinerend museumpje in een achteraf hangar op het enorme Berlijn-Gatow militaire vliegveldcomplex waar ze allemaal staan opgesteld. Met duitse gründlichkeit gerestaureerd uiteraard, maar dat terzijde.

Ook het type XXI elektrische onderzeeër, waarvan in Bremerhafen het enige overgebleven exemplaar nog te bewonderen is, is niet te versmaden. Nooit in de vaart genomen maar zijn tijd zo ver vooruit dat tot diep in de 20e eeuw de duikboot-techniek van de moderne westerse marine er op geënt was. Verder mag het Sturmgewehr – de term is zoals gebruikelijk in deze dossiers onversneden branding – niet ongenoemd blijven. De Schmeisser, zoals hij oorspronkelijk naar zijn ontwerper heette, is het allereerste in massa geproduceerde aanvalsgeweer. De ervan afgekeken, u waarschijnlijk veel bekender in de oren klinkende, Kalashnikov / AK47 kwam pas veel later tot stand zoals het getal 47 al doet vermoeden.

Achteraf kan je over al die innovaties makkelijk concluderen: Het was allemaal te weinig, het werd te laat in gang gezet, de krachten veel te veel versnipperd, de producten veelal complex, met onvoldoende beschikbare middelen en onvoldoende productie om de krijgskansen te doen keren. Die analyse doet me wel eens denken aan hoe het nu toegaat in de industrialisatie van de bouw. De casus van de totstandkoming van het parachutisten-geweer FG42 lijkt mij aangewezen dat te illustreren.

Na een eigenmachtige aanval van de Luftwaffe op Kreta met zeer hoge verliezen van parachutisten besloot dit legeronderdeel een nieuw geweer te ontwikkelen dat een parachutist wel tijdens zijn sprong mee kon nemen. Het toentertijd gebruikte duitse parachutestelsel zorgde er namelijk voor dat de parachutist op zijn knieën landde en dan in een voorwaartse rol terechtkwam. Daardoor was het niet mogelijk om al te grote of zware wapens mee te nemen. Dus sprongen duitse parachutisten, slechts gewapend met een pistool een paar handgranaten. Alvorens het gevecht aan te kunnen gaan moesten ze na hun koprol eerst nog even op zoek naar hun in containers gedropte wapens. Dat bij elkaar bleek in de praktijk toch wat onhandig.

Ziet u de paralel? Een hele keten werkt niet. Een systeem werkt niet. Maar dat wordt allemaal niet aangepakt. Nee, men zoekt de oplossing in het op eigen houtje ontwikkelen van een nieuw product. Wel een indrukwekkend product, dat moet gezegd. Hoe ontstond nu het meest innovatieve geweer van WOII? Nou gewoon, je schrijft een prijsvraag uit met een programma van eisen dat vraagt om het schaap met de vijf poten. Waar kennen we dat van? Het leuke is, daar komen de techneuten natuurlijk nog uit ook. Enerzijds door regels creatief te interpreteren maar vooral ook door de inzet van vakmanschap op het scherpst van de snede. Oh ja, de winnende fabriek heeft helaas geen productiecapaciteit, gebruikt te veel schaarse grondstoffen, de productie is tijdrovend en opeenvolgende types zijn niet (backwards) compatible. Zeldzaam dus. Maar geen gamechanger.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *